De menselijke maat van gemeenten

Facebook
Twitter
LinkedIn

Wie het coalitieakkoord bekijkt zal snel een rode draad herkennen. Er wordt al vrij snel een belangrijke rol duidelijk, die cruciaal is voor het bereiken van de doelstellingen. Zestien keer valt namelijk het woord gemeenten in het coalitieakkoord. Daarmee wordt zestien keer duidelijk hoezeer het nieuwe kabinet gemeenten nodig heeft voor het bereiken van de doelstellingen op verschillende fronten.  

Op het front ‘relatie tussen burger en overheid’ wordt er bijvoorbeeld gesteld:

“We werken aan een overheid die betrouwbaar, dienstbaar, dichtbij en rechtvaardig is. We willen dat mensen altijd persoonlijk in contact kunnen komen met de overheid. Hierbij trekt het kabinet nadrukkelijk samen op met gemeenten, die als eerste overheid optreden.”

Maar ook op een actueel thema als participatie is een belangrijke rol weggelegd voor de gemeenten.

“We stimuleren op lokaal niveau mogelijkheden voor burgerparticipatie en burgerinitiatieven, zoals een uitdaagrecht waarbij mensen de mogelijkheid hebben om publieke taken over te nemen van de gemeenten, met de publieke middelen die hiervoor nodig zijn.”

Maar ook daar houdt het niet op. Ook op het gebied van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening, infrastructuur, preventie, het vergroten van kansengelijkheid en inkomen heeft de gemeente een cruciale rol.

De eerste overheid

De gemeenten hebben als ‘eerste overheid’ daarmee nogal wat ‘op hun bordje’ en een flinke klus te klaren.  

De kabinetten onder Rutte hebben gemeenten steeds belangrijker gemaakt. Dat proces is rond 2015 gestart toen sociale regelingen werden ‘gedecentraliseerd’. Het idee achter deze decentralisatie was dat gemeenten beter kunnen overzien wat hun burgers nodig hebben en maatwerk kunnen bieden.

Tijdens de meest recente energie ontwikkelingen zien we weer in hoe belangrijk gemeenten zijn voor het uitvoeringsbeleid. Vooral op het gebied van signaleren, herkennen en ingrijpen.

Zij zien bijvoorbeeld waar de hoge energierekeningen het hardst aankomen en weten waar de kwetsbare mensen met lage inkomens wonen. Het kabinet leunt dan ook zwaar op de gemeenten om deze kwetsbare mensen te helpen, door bijvoorbeeld te zorgen dat de financiële tegemoetkoming op de juiste plekken terecht komt.

Maar daar stopt het niet …

De slachtoffers van de Toeslagenaffaire helpen? De coalitie wil een grote rol voor gemeenten. Armoede en burgers uit de bijstand aan het werk helpen? Leerachterstanden en laaggeletterdheid aanpakken? Vluchtelingen opvangen en nieuwe woninglocaties opleveren? De gemeenten moeten het allemaal doen.

Waar contact met echte mensen is vereist treden de gemeenten op, als eerste overheid. Om het beleid uit het coalitieakkoord te vertalen naar praktijk.

Vertaalslag naar de burgers in de praktijk

Je struikelt in de Rotterdamse wijken over de goede ideeën. Over hoe het leven in de wijk beter, veiliger, praktischer en fijner kan zijn. Maar hoe kan de gemeente ervoor zorgen dat al deze ideeën niet vastlopen in regels of gemeentelijke procedures?

Met Wijk aan Zet krijgen Rotterdammers meer invloed op wat er gebeurt in hun wijk. Met een nieuwe wijkdemocratie met 39 wijkraden, waar bewoners via een wijkakkoord meedenken en meebeslissen over wat hun wijk nodig heeft.

Op die manier kunnen bewoners meebepalen waar geld aan wordt besteed en welke initiatieven worden uitgevoerd.

In samenwerking met een gemeente die zichtbaar in de wijk aan het werk is. Die weet wat er speelt en samen met de bewoners optrekt. Zodat iedereen kan meedoen. Laagdrempelig, op maat en met een praktische aanpak. Dat is  Wijk aan zet’.

Met Wijk aan Zet krijgt Rotterdam een nieuw systeem met 39 wijkraden, die door de bewoners gekozen worden. De wijkraden vervangen de gebiedscommissies, wijkraden en wijkcomités, die er nu zijn. De kleinere indeling zorgt ervoor dat de gemeente beter weet wat er in de wijk speelt, en beter kan doen wat er in de wijk nodig is.

Een fundamenteel andere grondhouding

Gemeenten staan daarmee voor grote uitdagende taken over diverse onderwerpen. Zo moeten ze o.a. de gevolgen van corona opvangen, meer kwetsbare ouderen steunen en hun dorpen of steden klimaatvriendelijk maken, zonder daarbij de bewoners te benadelen.

De bedenkers van de Omgevingswet hadden tien jaar geleden eenzelfde ambitie voor ogen, namelijk echte burgerparticipatie. Meer eenvoud, overzicht en transparantie in de wet- en regelgeving rondom de fysieke leefomgeving. Maar daarbij ook een flinke systeemwijziging en cultuurverandering voor overheden ten opzichte van de ‘oude situatie’.

De overheden staan daardoor voor een paradigmawisseling, een fundamenteel andere grondhouding. Met actieve (burger)deelname, andere werkprocessen en openheid in gegevens. Participatie speelt een cruciale rol in het proces en dat vergt directe betrokkenheid en verantwoordelijkheid van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties.

Hoe je dit in de praktijk invult, is geheel aan jou als gemeente. Dat geeft aan de ene kant ruimte, creativiteit en een heleboel mogelijkheden. Tegelijkertijd brengt het onzekerheid met zich mee.
Het is een nieuwe realiteit waarmee overheden en burgers moeten leren omgaan.

Participatie geeft burgers namelijk een andere positie ten opzichte van overheden. Dit geeft ze meer zeggenschap en invloed over hun buurt, wijk of gemeente en vergroot hun autonomie. Door als gemeente daarentegen data, projecten en gegevens open te stellen zijn burgers meer op de hoogte en kunnen ze actief deelnemen aan de grote en complexe vraagstukken die de gemeente probeert in te vullen.

Met deze co-creatie betrek je burgers eerder en meer bij de besluitvorming. Daardoor ontstaat er een win/win situatie en oplossingen die je als overheid zelf niet kan bedenken.

Wie spreekt over deze menselijke maat heeft het dus in essentie over de gemeentes. Zij moeten alle initiatieven in de praktijk gaan brengen, samen met de burgers.
Een dankbare en anderzijds uitdagende klus.

Facebook
Twitter
LinkedIn
Auteur
Gerelateerd
Opdrachten
Archief
Zoeken
Categorieën
Bericht
Bericht