Twee vragen die sterk op elkaar lijken, maar wel degelijk twee verschillende betekenissen hebben. Organisaties stellen in veel gevallen slechts de eerste vraag. Wil je echter weten of de bedrijfsdoelstellingen daadwerkelijk bereikt worden moet je de tweede vraag stellen.

Na ruim een jaar van hybride werken staan veel organisaties voor een grote uitdaging: het hybride werk toekomstbestendig en efficiënter maken. Want als de pandemie ons één ding geleerd heeft: we werken niet meer hetzelfde als de mensen die begin 2020 vanuit huis gingen werken.

De wereld om ons heen verandert. Complexiteit, intensiteit en samenhang neemt toe. Organisaties moeten mee veranderen maar benaderen veranderprocessen op verschillende manieren. Idealiter is elke organisatieverandering strategisch, weloverwogen en zorgvuldig gepland. De praktijk laat helaas in veel gevallen iets anders zien.

Beleid wordt vaak weergegeven als het stellen van doelen, middelen en een tijdpad in onderlinge samenhang. Goed beleid heeft de missie, visie en waarden van een organisatie als uitgangspunt maar speelt ook wendbaar in op de actualiteit en omstandigheden. Hoewel beleidsmakers in veel gevallen hetzelfde doel nastreven, zijn de verschillen onderling enorm.

Technologie ontwikkelt zich met een nog niet eerder vertoonde snelheid. En de verwachting is dat deze snelheid alleen maar zal toenemen. Onze oude manier van denken, of beter gezegd, lineaire denken wordt daarmee steeds nuttelozer in deze nieuwe niet-lineaire wereld.

Het is geen geheim dat veel bedrijven worstelen met de uitvoering van de strategie. De kosten in uren, investeringen en herstelwerkzaamheden zijn enorm. Om die reden zijn veel organisaties op zoek naar effectievere methoden om nieuwe strategieën succesvol door te voeren.

Wie het coalitieakkoord bekijkt zal snel een rode draad herkennen. Er wordt al vrij snel een belangrijke rol duidelijk, die cruciaal is voor het bereiken van de doelstellingen. Zestien keer valt namelijk het woord gemeenten in het coalitieakkoord. Daarmee wordt zestien keer duidelijk hoezeer het nieuwe kabinet gemeenten nodig heeft voor het bereiken van de doelstellingen op verschillende fronten.

Eind jaren ’80 werden de eerste uitvoeringstaken losgeweekt van ministeries. De overtuiging was dat scheiding van beleidsvorming en beleidsuitvoering zou leiden tot meer professionaliteit en verbetering van dienstverlening. Deze specialisatie van taken biedt kansen voor samenwerking en kwaliteitsverbetering maar dit zorgt in de praktijk ook voor veel obstakels.

Aanbestedende diensten worden meer uitgedaagd om hun uitvragen functioneel te specificeren. Allemaal om méér uit een samenwerking te halen: méér innovatie, méér duurzame productieprocessen, méér win-win situaties. Met de toegenomen focus volstaan ouderwetse contracten allang niet meer. Om écht verder te komen zul je ruimte moeten geven aan de expertise van marktpartijen.

Voor overheden, organisaties en instanties is besluitvorming extreem belangrijk, maar tegelijkertijd ook tijdrovend en in veel gevallen ineffectief. Wil je bij besluitvorming namelijk dat iedere betrokkene een stem krijgt of ligt de focus juist op snel resultaat behalen?

In het snel veranderende landschap van tegenwoordig heb je als organisatie constante klantwaarde. Deze waarde dient als ijkpunt voor alle verdere ontwikkeling. Als bron om telkens uit te putten en als aanzet om nieuwe wegen in te slaan. Want omstandigheden veranderen en vragen daarbij steeds om een nieuwe blik.

De wereld waarin we leven is complex en in zekere mate ongestructureerd. Het is dan niet gek dat er problemen ontstaan die lastig – of zelfs onmogelijk – op te lossen zijn. Deze wicked problems kunnen we onmogelijk oplossen door incomplete of tegengestelde informatie. Welke aanpak geeft wel mogelijkheid dergelijke vraagstukken op te lossen

Participatie speelt een belangrijke rol en vergt directe betrokkenheid en verantwoordelijkheid van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Hoe je burgerparticipatie invult, is aan jou als gemeente. Dat geeft ruimte, creativiteit en mogelijkheden. Tegelijkertijd brengt het veel onzekerheid. Het is een nieuwe realiteit waarmee overheden en burgers moeten leren omgaan.

Wereldwijd zie je dat digitalisatie steeds meer onderdeel wordt van onze samenleving. Los van het feit dat de complexiteit van de samenleving erom vraagt, is de meerwaarde van digitalisatie een ‘no brainer’. Maar wanneer je dat beschouwt in besluitvorming investeren we miljarden in het beheren van projecten, maar slechts een fractie om het besluitvormingsproces te verbeteren.

De wereld om ons heen verandert in hoog tempo en wordt daarmee steeds complexer. De behoefte aan technologie-ondersteunde methoden die helpen bij het doorgronden van de daarbij behorende problematiek neemt toe. Zeker op het vlak van effectievere methoden van samenwerken en besluitvorming. Met deze behoefte ontstond de Versnellingskamer.

Jaarplannen die meer zijn dan slechts een copy-paste van vorig jaar. Een aanpak die meer is dan een herhaling van zetten. Één die voldoende zekerheden biedt en verrassende invalshoeken heeft. En dat zonder een kostenplaatje van tienduizenden euro’s.

Loont het om bij besluitvorming digitale ondersteuning te gebruiken? Verlopen overleggen werkelijk effectiever en efficiënter? De resultaten van 54 studies naar de werking van Group Decision Support Systemen (GDSS) zijn nauwkeurig onderzocht en wat blijkt

Wat ik veel hoor is dat brainstorms worden geassocieerd met een hoge doe-factor. En daarom is digitaal brainstormen bij voorbaat afgeschreven. Maar is dat zo? Is de doelstelling van een brainstorm niet het ophalen van goede ideeën?

De snelheid en complexiteit van veranderingen waarin organisaties uit het bedrijfsleven en ook de overheid zich begeven, is de laatste 10 jaar enorm toegenomen. Dat zal in de toekomst niet anders worden. Organisaties zijn op zoek naar manieren om snel te kunnen reageren op die externe invloeden en veranderingen. Toch zien we dat het tempo van besluitvorming achter blijft. Hoe kan je wel versnellen

Kun je digitaal creatief zijn? Of moet je altijd een link hebben met de tastbare wereld? De eerste de beste die mij zegt dat ik creatief word van een beeldscherm met vragen voor mijn neus, moet ik nog tegenkomen. Dat het heel effectief en vernieuwend is wil ik best aannemen, maar voor mij is creativiteit toch iets anders. Maar wat is eigenlijk creativiteit?

De toekomst vraagt om grotere doorbraakoplossingen. In de innovatiepraktijk bestaat daarom een toenemende behoefte aan competenties en ervaringen om systeem-innovaties voortvarend aan te pakken. De gegroeide overtuiging dat innovaties positief moeten bijdragen aan de 3 P’s (Profit, Planet & People) is hiervoor zeker aanleiding.

Een GDSS of Group Decision Support Systeem is software die digitale ondersteuning biedt daar waar mensen met elkaar in overleg zijn. Het doel is om te helpen overeenstemming te bereiken en tot besluitvorming te komen.

Spilter 5 is een logisch vervolg op Spilter 4. De belangrijkste vernieuwing binnen Spilter 5 is het Dashboard waarbij u data uit sessies kunt vergelijken en visualiseren met widgets. Hierdoor biedt uw data direct meerwaarde voor uw organisatie of opdrachtgever.

Gebaseerd op onze ervaringen met brainstormsessies met een groot aantal deelnemers hebben we enkele belangrijke stappen vastgesteld. Want gezamenlijk met 500+ deelnemers brainstormen en uiteindelijk, gebaseerd op de meningen en ideeën van alle betrokkenen, komen tot enkele uitgewerkte ideeën die door zo goed als alle deelnemers gedragen worden, is bijna een kunst te noemen!

Burgerparticipatie is een heilig huisje geworden. Je mag er niets slechts meer over zeggen. Dat is jammer, want daarmee stopt het denken en is ook de kans op verbetering bekeken. Wij zijn gek op allerlei vormen van participatie omdat het zo lekker democratisch voelt. Het helpt de kloof te dichten tussen politiek en samenleving

Ieder project heeft te maken met een grote variatie aan belanghebbenden. Een deel van de stakeholders kan je vrij eenvoudig identificeren maar er zijn ook groepen waar je wellicht niet zo snel aan denkt. En die veel moeilijker te identificeren zijn. Het komt geregeld voor dat het lijkt alsof een bepaalde groep weinig belang heeft, maar je dan ineens verrast wordt. En je weer terug kan naar de tekentafel, met alle gevolgen van dien.

Denken, en oordelen en beslissen zijn sinds Descartes (‘Cogito ergo sum’) drastisch veranderd. Zijn homo rationalis, de mens die goed geïnformeerd weloverwogen besluiten zou nemen, bleek in werkelijkheid de labiele helft van zijn tweelingbroer, de homo economicus, die zich in beslissingen sterk liet leiden door emoties zoals hebzucht en angst.

Wie een verandering wil realiseren heeft daarbij altijd anderen nodig. Iedere verandering heeft namelijk impact op betrokkenen binnen en buiten de organisatie. In de praktijk wordt dit helaas vaak genegeeerd en zie je dat de leiders haast dictatoriale beslissingen nemen. En vervolgens verwachten dat de rest van de organisatie, de omgeving of de samenleving daarin mee gaat.

Gerelateerd
Bericht